La douce

zuchten in de nacht
zwanger van feest
bollende gordijnen
plagen lui
de kozijnen

dwarrelende noten
wervelende vingers
op de maat van de
versleten schoen
kneedt de trekzak
ten dans

wiegende heupen
zwierende rokken
tikkende hakken
een koor van vrouwen
uit volle borst

witte hemden
duimen aan de bretels
stampende hielen
een koor van mannen
uit volle borst

geblokte tafels
wit en rood
gekraakte flessen
wit en rood
een koor van krekels
uit volle borst

zuchten in de nacht
vol van feest
bollende gordijnen
plagen moe
de kozijnen

© Nikki 


De val

goed
dat ik je niet vroeger kende

dat er intussen nog zijn
om wie ik geven kan
die me niet laten zinken
hoe zwaar ik ook ben
die me blijven zoeken
naar waar ik ook ren
die me blijven roepen
hoe ver ook mijn stem

goed
dat ik je niet vroeger kende

dat ik intussen weet
dat
hoe rauw ook de val
er boeien zijn
die ik grijpen kan
en
hoe hard ik ook
naar beneden knal
er sterke armen wachten
als ik uit de jouwe val

goed
dat ik je niet vroeger kende

en dus zou moeten weten
maar ook nu nog
amper geloven kan
dat ik zo breken
en toch weer dansen zal
dat ik zo treuren
en toch weer lachen zal
dat ik jou zo missen
en toch vergeten zal

© Nikki


The peacock

the laughter too loud
like a mouthful of stones
the words far too pompous
and rarely his own

the hidden threat flashing
in his disfiguring grin
the tongue mostly loosened
by the finest of gins

expecting swift service
at his every whim
any insolence greeted
by his stare, long and grim

strategically pacing
in his overpriced shoes
throwing skittish glances
at every mirror that looms

for the glaringly vain face
when caught in the light
surely would set afire
his web of feathers so bright

© Nikki