Blokje rond

Metalen reuzen
schudden dreunend
glas en puin.
De snelweg schuimt
in mijn oren.

Mijn broek rechts van me,
zetten we ons samen schrap.
Gearmd gaan we, per twee.
Een binnenschip rimpelt
het stomme kanaal.

Wintervingers betasten
schaamteloos mijn gezicht;
Takkennetten vangen
het geraas van overzee,
schudden de
woede uit de golven.

Een ree schenkt me
haar wimperslag.
Kauwen knippen gaten
in de jas van de winter.
Drie draagmoeders
hinniken me na.

Het station vuurt haar pijlen af.
Op het perron wervelt
de stukgeslagen
mededeling aan de reizigers.

Dozentreinen denderen log
over de spoorwegbrug.
Tikkend als
een vermoeide kachel,
laat ze zich overreden.

In wijken op sluimerstand
kruist een poes betrapt de straat,
verklappen bruin
ritselende annabellen,
verdorde zomergeheimen
aan passanten.
In de verte blaft een hond.

Onder de kerktoren lonkt
de vrijheid, wenkt de koffie.
De windhaan zet zijn kam op
tegen het noordwesten.
Ook vandaag weer
is het blokje rond.

© Nikki

Stilte

Hoe langer
hoe meer ze weegt.

Wat werd gedacht
maar niet gezegd,
klittend
langzaam verdichtend,
tot iets waar
niemand
nog omheen kan.

Zo weegt
een kilo stilte,
na een tijdje,
een pak meer
dan alles samen
ooit gezegd.

Hoe langer,
hoe meer ze is.

Wat werd gedacht
maar niet gezegd,
klonterend
rondjes draaiend
inkokend
tot iets wat
niemand
nog wegslikken kan.

Zo stroomt
een liter stilte,
na een tijdje,
zo veel stroever
dan
alles ooit
gevloekt, geschreeuwd
gesmeekt, gefluisterd
en hardop gedroomd.

Vergeefs de hoop
dat ze
wel zal verdwijnen,
dat ze
niet meer zal wegen,
dat de tijd
haar wegvijlen kan.

Eens haar armen
om je heen geslagen,
blijft ze te torsen
tot iets of iemand
haar breken zal.

© Nikki


Parel

je was zo frank
zo wild en vrij
zo ongehoord onbevangen
zo groots
en zo van mij

nu zo moe
je hapert vaak
je weet al tijden
met jezelf geen raad
je struikelt steeds
weer uit de maat

nu zo broos
een schervennet
leeggeroofd
zo vaak geplet
en door holle oesters
klem gezet
slechts
op het nippertje
steeds weer gered

je kan het nog
zo frank
zo wild en vrij
zo ongehoord onbevangen
zo groots

één zoete parel maar
dan keert het tij

© Nikki