Zondagskind

Ver boven het hier en nu
draagt ze je,
diep in zich mee,
je koesterend,
als eens haar kind.

Ze wiegt en voedt
haar wensen, haar gebeden
weeft ze in lampionnen,
geeft ze mee aan de wind.

Waar hij je ook
op de wangen kust
of door de haren woelt,
hoe donker ook de plek
waar hij je vindt,

zingen lampionnen
wees niet bang
je bent ver maar nooit alleen
er wordt van je gehouden,
jij zondagskind.

© Nikki

Boterzacht

ze tilt zijn naam
uit het duister
zijn wil volgt
haar stem
als een hond

haar zuchten doen
de twijfel vluchten
gulzig proeft hij
de begeerte
in haar mond

haar lieve lust
lokt hem
als op een hoorntje
boterzacht
likt hij haar rond

haar handen
op zijn billen
voelt hij haar beven
stuwt hij haar voort
zijn rug gekromd

zwaar
en weerloos
samen
kopje-onder
in de overgave
die al zijn angst
verstomd

© Nikki

Gouden randje

eentje voor de wakkere morgen
een voor die eindeloze nacht
eentje voor zonder zorgen
een voor terwijl u wacht

eentje voor hoog bezoek
een voor een groot verdriet
eentje voor bij een goed boek
een als een warm wiegelied

ze drummen met z’n allen
willen samen uit de kast
maar dat eentje,
dat er echt uitspringt
dat waar ik naar tast,

blijft toch dat
met het gouden randje
dat gulle kopje onverwacht

© Nikki